CopyCabin | 05 februari 2019




 

(En jij waarschijnlijk ook!)

 

Laatst kreeg ik een confronterende vraag voorgelegd. Waarom schrijf je minder dan je eigenlijk zou willen? ‘Onderzoek dat eens voor jezelf’, voegde de schrijfjuf er vriendelijk glimlachend aan toe.

 

M’n pen achterna
Nu zou je misschien denken dat een verhalenmaker er geen enkele moeite mee heeft pen en papier op te pakken en te beschrijven wat haar bezighoudt. Ha! Niets is minder waar. Ook degenen met méér vlieguren dan ‘gemiddeld’ (wat dat is laat ik maar even in het midden) kunnen op een reuzemanier aanhikken tegen dat moment van je pen pakken en gáán.

Nieuwsgierig (en ja, tegelijkertijd ook stiekem zachtjes tandenknarsend) pakte ik mijn schrijfblok, knipte de lamp boven m’n hoofd aan besloot m’n pen te volgen. Zoals ik sinds een aantal weken iedere ochtend doe. Om mezelf een beetje ‘lichter’ te schrijven.

 

Geen tijd of tóch…?
Geen tijd? Teveel ándere belangrijke dingen op de agenda? Tuurlijk, project twee staat in de steigers en project één is nog nét niet helemaal klaar. En bovendien: de was moet gedaan. Er ligt een bult strijkgoed te wachten. Opruimen zou ook heel welkom zijn. De bedden verschonen. Boodschappen. Super dringend. Een telefoontje naar de juf op school. Een verzekering aanpassen. De administratie bijwerken. Al die overtollige mail opruimen. Oh… en die arme plant. Als ik niet éérst even tegen ‘m praat gaat -ie vast dood. Smoesjes. Allemaal excuses. Verzinsels die me tegenhouden om een beetje méér te schrijven. En om daar vooral maar niet mee te hoeven beginnen.

 

Aaargh!
Want beginnen is best een beetje …ehm, ahum, eng! Als ik begin raak ik misschien dingen aan die ik veel liever even laat sudderen. Ik zit er helemaal niet op te wachten om m’n kwelgeesten tegen het lijf te lopen. Wat heb ik nou nog toe te voegen aan de ongelooflijke hoeveelheid schrijfsels die er al zijn? Zet ik mezelf niet teveel in de schijnwerpers? Stel je voor dat echt helemaal niemand m’n verhaal ziet. Of me niet serieus neemt? Wat als iemand anders het al beter gedaan heeft? Stel dat iedereen het al beter heeft gedaan? Wat als ik te zwaar op de hand ben? Wat als ik te lichtvoetig over kom?

 

Ach en wee
Wheeeeh…
En denk maar niet dat er een eind komt aan deze klaagzang opsomming. Het is allemaal …ehm, ahum, eng!
En m’n plant moet blijven leven. Weet je nog?

 


‘HELLO LOVELY. HOW ARE YOU DOING TODAY?’

 

Laat je niet weerhouden
Terwijl ik zit te schrijven, moet ik stiekem om mezelf gniffelen. Omdat ik tegelijkertijd moet denken aan het zinnetje ‘we teach what we most need to learn‘. Al die uitvluchten. Hoeveel varianten ik daar al niet op gehoord heb van mensen die me vertellen dat ze dolgraag wat méér zouden willen schrijven, maar het (ook) niet doen. En wat denk je dat ik ze voorhoud? Dat het helemaal niet uitmaakt wat er uit je pen rolt, zolang je ‘m (toch) maar oppakt. Dat goed en fout helemaal niet bestaan. Dat vijf minuutjes per dag schrijven veel meer is dan helemaal niet schrijven. Dat je helemaal geen Master Schrijfchef hoeft te worden om er tóch plezier in te hebben. En dat de verhalen die in je verscholen liggen het waard zijn om opgeduikeld te worden!
Begrijp me goed, ik heb de wijsheid (totaal) niet in pacht. Ik kan je alleen maar aanmoedigen omdát ik zo goed weet hoe… ehm, ahum eng! het kan zijn om je pen te trekken.

 

Hè?! Bang?
Ik heb overigens heel lang helemaal niet geloofd in het concept ‘angst’. Bang? Onzeker? Ik was ‘gewoon’ een perfectionist en wilde de dingen ‘gewoon’ graag goed doen. Totdat Elizabeth Gilbert* me haarfijn uitlegde dat perfectionisme ‘angst in een bontjas’ was. En dat je angst voor een deel absoluut nodig hebt (om je te behoeden voor echte gevaren), maar met betrekking tot creativiteit absoluut niet. Wat niet betekent dat je angst niet de kop op zal steken. Want dat doet -ie altíjd. Bij iederéén. (Nou ja, op een aantal tweejarige roekeloze waaghalzen na dan misschien). Dat te weten is een schrale troost, maar dan nog. Leer er maar eens mee omgaan.

 

Akkoordje
Inmiddels weet ik (na veel vallen en weer opstaan) dat ik mijn eigen smoesjes te lijf moet als ze al te hardnekkig worden. Gelukkig herken ik mijn plaaggeesten tegenwoordig. Mijn innerlijke comité doet fluitend alsof het het beste met me voorheeft, maar is ondertussen zo beschermend, dat het het liefste heeft dat ik niks interessants doe. Wel zo veilig.
En heerlijk rustig.

En dus probeer (let wel: probéér) ik het met die fluisterstemmetjes op een akkoordje te gooien. Door ze volop de ruimte te geven. Kom er maar bij, bangmakers. Wees welkom. Jullie mogen heus met mee. Maar dan wél achterop m’n fiets. Ik zit aan het stuur. En al schreeuwen jullie nog zo hard, ik verzin waar we heen gaan. We volgen MIJN allereigenste paadje.

(Voor de goede orde, m’n bibbers en twijfels resoluut opzij zetten lukt niet. Lukt nooit. (Ondanks goedbedoelde adviezen als ‘Laat ’t los, laat het gaan!’ En heroïsch ten strijde trekken? Dat zorgt er alleen maar voor dat ik daarbij per ongeluk óók m’n creativiteit om zeep help).

 

Geheim recept
Is korte metten maken met weerstand inmiddels gemakkelijk? Verre van. De kloof tussen iets weten of beter begrijpen en ernaar handelen is niet zomaar gedicht. Maar het woord ‘toch’ doet – zo heb ik zelf in ieder geval ondervonden – wonderen. Ergens tegen aanhikken, spanning (of regelrechte tegenzin) voelen en ’t vervolgens tóch doen. Het vergt durf en behoorlijk wat oefenen, maar zo’n pact met de stemmentjes in je hoofd geeft je hart (en daarmee je verhaal) veel meer ruimte. En jou een boel voldoening.

 

Caroline

 

PS. Wat doe jij als je jezelf betrapt op smoesjes? Ben benieuwd naar jouw remedie(s)!

 

PPS. Wil je meer lezen van Elizabeth Gilbert, probeer dan Big Magic eens. Als er één boek is dat je áán zet om te ‘maken’ (wat het ook maar is dat je graag doet) is dat het. De podcast (Magic Lessons) die ze na het verschijnen van het boek maakte is óók het luisteren waard.

 

PPPS. Heb vanmorgen eerst de was gedaan. Planten bewaterd. De vuilnis buitengezet.
Post opgeruimd. En de kattenbak verschoond. Ons huis was er erg blij mee. Planten en poes ook 😉

 



Wil je reageren?